Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lieren) is geschorst, nu hebben we niet meer den dubbelen standaard, ook niet den enkelen standaard echter, omdat we in naam nog zilveren standpenningen hebben; we spreken nu van den hinkenden standaard. In de meeste landen is de toestand precies dezelfde, en die is veroorzaakt door den lagen prijs van het zilver. Om dien veranderden toestand ten opzichte van de zilveren standpenningen aan te duiden, noemt men deze laatste tegenwoordig teekenmunten.

I hans nog een enkel woord over de negotiepenningen. Ze zijn geen wettig betaalmiddel. De waarde van het metaal is ongeveer gelijk aan 't bedrag dat er voor betaald wordt, zoodat ieder ze kan laten aanmunten. De waarde rijst en daalt met het metaal waaruit ze bestaan. Er zijn alleen gouden negotiepenningen, nl. de dubbele gouden Willem, de gouden Willem, de halve gouden Willem, de dubbele gouden dukaat en de gouden dukaat. Men ziet ze echter in ons land niet of weinig ; in Indië zijn ze echter in gebruik.

En nu nog even iets over de bankbiljetten. Ieder kent ze; we kunnen dus volstaan met te vertellen dat er zijn van 10, 25, 40, 60, 100, 200, 300 en 1000 gulden.

Muntbiljetten zijn er niet meer. De muntbiljetten van 10 en van 50 gulden zijn in 1904 door 't Rijk aan de circulatie onttrokken.

§ 64. Iets over buitenlandsche munten.

Men kent — althans bij name — vreemde munten, d. w. z. munten van andere landen. Geen rekenboek is er, of er komen sommen in voor over die munten, alle vragende herleiding tot Nederlandsch geld, of omgekeerd, of wel : er wordt gevraagd een bedrag in Engelsch geld aan te geven door middel van Eransche munten. Maar toch, ook zonder bepaald te moeten rekenen, kan een ontwikkeld mensch niet zonder de kennis van eenige der buitenlandsche munten. Lees maar de krant, en ge hoort daarin van een louis dor. Wat is dat ? Servië leent zoo en zoovele dinar; — wat is dat ? In den oorlog tusschen Rusland en Japan hoorde men spreken van een yen, een roebel, en bij andere gelegenheden

Sluiten