is toegevoegd aan uw favorieten.

Practisch rekenonderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meene veelvouden 120 en 180. Van de/.e 3 moeten we 110 2 hebben, 120, want dit ligt tusschen 100 en 150. Daarom waren er 120 schutters als er in geen enkele rij iemand te kort kwam. Xu is 't aantal 120 — 2 = 118.

Het K.G.Y. van 12, 13 en 14 is 1092, de volgende gemeene veelvouden 2 X> 3 X> 4 X> 5 X '092, of 2184, 3276, 4368, 5460, enz. Van deze is 4368 nog beneden 5000. 't Getal was dus 4368 als er niets overbleef. Nu is 't 4368 -(- 4 =4372.

In zooverre verschillen deze vraagstukken dus van de vorige, dat het berekenen van 't gevraagde geen moeite kost, zoodra we inzien : o! het K.G.V. moet bepaald worden.

We zouden op deze wijze door kunnen gaan met de bespreking van verschillende vraagstukken, maar we stelden ons ten doel aan te geven hoe men het oplossen van vraagstukken heeft te beschouwen. Wanneer men daarvan het juiste idee heeft, dan kan alleen oefening vaardigheid geven, en dit oefenen, herhalen we nog eens, bestaat niet in het jacht maken op antwoorden. Vraagstukken oplossen is studeeren ; zich er met een Jantje van Leiden afmaken, heeft geen waarde.

Ondanks alle scherpzinnigheid echter lost men sommige vraagstukken niet op zonder de noodige kennis van de verschillende zaken, die aan de orde zijn. Een rij van vraagstukken willen we hiervan bespreken, en wel de zoogenaamde klokkensommen. In heel veel rekenboeken n.1. komen vraagstukken voor over den hoek, dien uur- en minuutwijzer met elkander maken, en zonder iets van hoeken te weten, en van de wijze, waarop hoeken worden vergeleken, is het niet best mogelijk vraagstukken over die aangelegenheden op te lossen.

Een hoek is de ruimte, die door twee lijnen gevormd wordt. Die hoeken worden gemeten, — en om de vraagstukken over de klok te kunnen maken, moeten we bekend zijn met de maten, waarmee men hoeken meet.

We herinneren er aan wat meten is en begrijpen dan dat we hier nu hebben : vergelijken met een' anderen hoek die een bepaalde grootte heeft.