Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen Calvinist *) waren soms voldoende om liet ergste te doen vreezen en de oogluikende verdraagzaamheid in scherpe vervolging te doen verkeeren. De bestaande maar, te Amsterdam althans, niet met alle strengheid toegepaste plakkaten, gaven een altijd gereed wapen aan de hand. De zendelingen in den Krijtberg hebben 't menigwerf ondervonden.

Pater Van Winterswyck was reeds sedert het jaar 1663 te Amsterdam aanwezig en woonde in de Zonnebloem op de Heerengracht, toen hij door den Amsterdammer Joannes van Blocklandt, destijds overste der Jezuïeten-missie (20 Febr. 1663—31 Aug. 1666), als Eelbo's opvolger en zielenherder der Krijtbergers werd aangewezen.

Een aantal nog aanwezige kwijtbrieven van den geïnden „twee honderdsten penning der getimmerten" s)—geteekend door de Amsterdamsche rekenmeesters Dr. Philips Weveringh (1668), Joan. Slicher (1669), Dr. Dirck Boelensz (1670), Jacob Jacobsz Hinloopen (1672) en andermaal Dr. Dirck Boelensz (1673) — strekken ten bewijze dat, onder pater Van Winterswyck, de Krijtberg of „No. 22 der 33ste wijk", jaarlijks „vijftigh ponden, te veertig grooten 't pondt" in die belasting betaalde — waaruit men de hoegrootheid van de toenmalige schatting der gebouwen, in tegenwoordige munt gereedelijk kan opmaken.

Het altijd aan naman rijker en rijker voorziene doop- en trouwboek, waarvan een alschrift in het huisarchief van den Krijtberg bewaard wordt, spreekt luide voor den gestadigen bloei en wassenden vooruitgang der St. Franciscus-XaveriusKerk. De apostel van Oost-Indiën waakte over haar.

1) Ten bewijze diene wat den in 't Rasphuis gekerkerden pater Livinus Wouters en zijn opvolger Augustinus van Teylingen wedervoer, vanwege den Hugenoot of franschen Calvinist Jacobus Boursius (Jacques^de la Boursc)? een diaken der Waalsche kerk. Zie Jaarb. van Alb. Thijm 1899 en 1902.

2) Verg. over die jaarlijksche belasting Wagenaar's Amsterdam III, 396.

Sluiten