Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijeenkomsten" plaats, en werd er uit Leiden „gecorrespondeerd met den advocaat Martini" te Amsterdam. De politie echter waakte. ..Ettelijke avonden — zoo meldt Wiselius — heeft Martini veel menschen bij zich ontvangen, doch geene die bijzondere opmerking baarden, uitgenomen pater Fo 1 uit de Krijtberg, een brutale, boosaardige vent, de stoutste van alle hier aanwezige monniken, wiens sermoenen boven alle verbeelding hatelijk, vervolgzuchtig en oproerig zijn.1)" Ziedaar! Er is niets nieuws onder de zon.

Die „stoute monnik" Fol was een allergoedigst, vreedzaam en omzichtig man, die volstrekt geen idee had van politiek, maar de vraagbaak, vertrouweling en schier algemeene biechtvader was van geheel de Amsterdamsche geestelijkheid.

De goede pater Fol had den tijd niet meer mogen beleven, waarop de hoogwaarde pater Roothaan, generaal der Societeit van Jezus, die vóór 45 jaren Amsterdam verlaten had en thans door geheel Europa als balling rondzwiert', in de Julimaand des jaars 1849 zijne vaderstad, zijne familie en den Krijtberg met een bezoek vereerde. Hij was den 29sten Mei 1804 uit Amsterdam met het kotschip Jambus Zeeper, kapitein Gerben Martens, over Kiga naar Dun aburg in Rusland vertrokken, vergezeld, zooals reeds vermeld is van den oud-paccanarist Jean Hetiry uit Luxemburg en Melchior Malevé uit Zuid-Brabant. Yroor de derde en laatste maal bezocht hij thans zijn geboortestad. Wat zou het eene vreugde en laatste goede troost voor den 67-jarigen grijsaard geweest zijn, dien algemeenen vader zooveler alom verjaagde kinderen te omhelzen! Doch Gods wil, die voor hem altijd als de eerste wet gold, gedoogde het niet.

Thans zijn wij tot een tijdperk genaderd, dat aan velen nog versch in 't geheugen ligt, en spoedig zullen wij een

1) Rijksarchief, Den Haag. Papieren van Van Maanen, no. 82. Die commissaris van politie was geen vreemdeling In de straattaal!

Sluiten