Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de stoornissen opnieuw optreden en niet wijken vóór men het, met aanvankelijk succes gegeven, door een nieuw voorschrift vervangt.

Treedt bij een rationeel dietetisch voorschrift geene verbetering der voedingsstoornis in, dan moet de aandacht gevestigd zijn op de mogelijkheid, dat in casu aetiol. momenten buiten het voedsel gelegen, z. a. ongunstige hygiene, ziekten van den zuigeling enz. voor het voortbestaan der stoornis aansprakelijk zijn. In zulke gevallen zij men dus niet te haastig met wijziging van het voedingsvoorschrift, doch trachte men eerst genoemde aetiol. momenten te bestrijden.

In een geval van chronische dyspepsie bij een borstkind waar het zog geene afwijking vertoonde en de zuigeling rationeel werd gevoed, bleek mij dat het kind voortdurend verbleef in een niet geventileerd en benauwd verwarmd vertrek. Ik schreef nauwkeurig de kamertemperatuur voor, liet den zuigeling dagelijks buiten komen en zag toen allengs de stoornis geheel verdwijnen.

Ook bij kunstmatige voeding heb ik dezelfde gevallen waargenomen.

Evenals bij de acute voedingsstoornissen onderscheid ik:

a. de dietetische therapie bij de natuur 1 ijk ge voed en. Hierbij lette men in de eerste plaats op de aetiologische momenten, hiervoor (§ 1) reeds ter sprake gebracht. Bij onregelmatige en overvloedige toediening van de borst worde tot regelmaat en verlenging der pauzen besloten.

Het gemakkelijkst geschiedt dii in die gevallen waarin de stoornis met anorexie is gepaard; moeielijk daar waar de zuigeling blijkbaar zeer hongerig is.

Men bepale door weging vóór en na het zuigen het

Sluiten