Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem schenken moest, dat zijn verdiensten op het gebied van het schoolwezen aldus officieel werden erkend; maar grooter vreugde verwekte zijn benoeming bij de onderwijzers, die allen, zijn superioriteit erkennende, met ingenomenheid hun vroegeren collega als hun chef begroetten.

Een zware ziekte, waarvan hij slechts gedeeltelijk hersteld was, luid inmiddels zijn ijzeren gestel ondermijnd. Men merkte liet niet; want zoodra hij zijn krachten voelde terugkeeren, vatte hij met opgewektheid den arbeid weder op. Van een vermoeiende raadszitting thuisgekomen, overleed hij plotseling in den nacht van 30 op 31 Oct. 1902.

In hem ontviel aan het onderwijs en aan de onderwijzers een man, die recht heeft op de hulde van zijn collega's. Mogen er onder hen zijn, die een minder vriendelijke herinnering aan hem hebben bewaard, omdat hij in de hitte van den strijd soms te weinig ontzag toonde voor hun overtuiging, het minst van allen heeft hij zich zelf ontzien en velen is hij tot vriend en belangeloos raadsman geweest. Als na verloop van tijd een meer objectieve beschouwing van zijn persoon en werk mogelijk is geworden, zal men hem stellig plaats geven onder de hoogst uitstekende figuren op het gebied van het lager onderwijs in Nederland.

J. G. Nijk.

Sluiten