Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeker is liet een stout bestaan, als openbaar onderwijzer deze impopulaire bewering te willen verdedigen. Toch waag ik liet er op, mijne warme liefde voor de gemengde school wellicht onverdiend verdacht te zien, overtuigd als ik ben, dat iedere poging om de school buiten het politieke strijdperk te brengen, haar niet anders dan voordeelig zijn kan, en dat de algemeene verspreiding der zegeningen van een deugdelijk ingericht volksonderwijs noch met een angstig en klein geloovig, noch met een fier en moedig non posmmus gebaat is.

Inderdaad ware het te wenschen, dat de liberalen in het algemeen wat meer doordrongen waren van de waarheid, dat er voor de school nog heel wat te wenschen overblijft, Immers al hebben de wetten van 1857 en 1878 ons volksonderwijs eene belangrijke schrede vooruitgebracht, wie zich vermeit in het zalig gevoel, dat het al zoo bijzonder hoog staat, heeft ongelijk. Nog op te veel plaatsen verhinderen ongeregeld schoolbezoek en onvoldoende hulp, dat het onderwijs iets hoogers en beters worde, dan de kinderen eenvoudig bezig te houden; nog te veel moet de aanvulling van de gelederen der onderwijzers langs kunstmatigen weg geschieden. En zoo heeft de lagere school, zoowel de bijzondere als de openbare, nog aan veel liefde en toewijding behoefte, eer zij niet voor de meer- of mindervermogenden, maar voor allen de zegenrijke instelling is, die zij kan en moet zijn.

't Is alzoo geen wonder, dat zij, die in haar wel en wee waarlijk belangstellen, zich ongerust afvragen, of zij op den duur op die toewijding kan blijven rekenen, en of ons volksonderwijs aan die der vrijzinnigen wel genoeg heeft. Daar zijn er onder dezen, die, als zij van school en onderwijs hooren, eene onbeschrijfelijke verveling aan den dag leggen. Eene van de treffendste illustratiën dier zatheid was het

Sluiten