Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reiden; maar het wordt hinderpaal, als het de deugd der resignatie mist, en, zich hardnekkig vastklampend aan eene taak, waarvoor het niet blijkt opgewassen, andere machten in den weg treedt die het heter zouden kunnen doen, of ja soms hulp tot zelf meer en heter doen versmaadt. De Staat is de eenige kring, waaraan niemand zich kan onttrekken, en waar ieder naar draagkracht moet deelen in de opgelegde lasten. Daarom kan hij doen, wat gezin noch Kerk hebben vermocht. En voor hen, die thans de leiding hebben in onzen Staat, is het oogenblik gekomen, om door de invoering van leerplicht, met den aankleve van dien, te toonen dat het hun ernst is met het volksonderwijs. In 1878 zijn ze daarvoor teruggedeinsd; eene tweede flauwmoedigheid zou eene abdicatie zijn. De vervorming van ons schoolstelsel in 1889 laat bovendien toe, tot de uiterste grenzen der billijkheid te gaan. Niet, dat wij voorstanders van het overheidsonderwijs iets beoogen, waarover we ons te schamen hebben en dat we moeten afkoopen met wat goedwilligheid, maar wèl ligt het op den weg der gemeenschap, de bijzondere scholen, die zij als medewerksters in de vervulling harer onderwijstaak erkent, naar behoefte daarin te steunen. Willen de voorstanders van dat onderwijs vermeerdering van dien steun als eene conditio sine (jua non stellen, dit moeten zij weten. Men kan alleen vermoeden, dat zij toch ook moeten begeeren, de leerlingen hunner scholen trouw te doen schoolkomen en hen niet voor het einde van den leertijd te zien wegloopen. Maar wij hebben hier alleen de wenschelijkste gedragslijn der voorstanders te bespreken. En dan is het een verblijdend feit, dat de Minister van Binnenlandsche Zaken (Toel § 12) voorgaat met te verklaren, dat waar het Rijk zich zwaarder offer voor de gemeenten zal moeten getroosten, „de billijkheid medebrengt, ook de bijdragen voor

Sluiten