Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke ervaring te stellen in plaats van het gezag van den meester.

Deze opvatting der Fransclien lacht ons meer toe dan die der Duitschers. De rapporten bewijzen, dat men bij ons tusschen beide richtingen weifelt.

Wij, Nederlanders, zijn niet vlug in het kiezen van eene richting. Dit heeft het nadeel, dat wij met iets goeds gemeenlijk achteraan komen, maar hier staat tegenover, dat wij ons kunnen hoeden voor de fouten, waarin onze voorgangers vervallen zijn en de vruchten kunnen inzamelen van hetgeen beproefd is door de bespiegelende Duitschers, de vlugge Fransclien en de practische Engelschen. Uit de rapporten blijkt, dat wij ons op den goeden weg bevinden.

Over het algemeen kan men zeggen, dat wij de kinderen op te jeugdigen leeftijd de school binnenhalen. Dit is een kwaad, dat door den maatscliappelijken toestand noodzakelijk is geworden, maar dit legt ons tevens den plicht op, den overgang van de vrijheid tot schoolsche regelmaat zoo zacht mogelijk te maken. Hoofdzaak is thans, den kinderen de oogen en ooren te openeu, hen te oefenen in het goed gebruik maken daarvan en hen van de onhandigheid, die hun eigen is, te verlossen. Hunne stotterende taal moet verbeterd worden. Zij moeten leeren luisteren, opmerken en nadenken. Hierbij is veel tact noodig, want de kinderen begrijpen niet, dat men hun best bedoelt. Het onderwijs staat hun licht tegen, en om dien tegenzin te overwinnen, kan men uitstekend aanvangen met „legons de chosen", lessen over dingen.

Te vergeefs heb ik getracht eene benaming te vinden, die hem voldeed. Het best komt hem nog voor lessen over en door dingen.

De beschouwing der dingen moet er toe leiden, dat

Sluiten