Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevatten, waarvan elk volgend woord een nieuwe letter heeft, in dezelfde volgorde als de zinnetjes.

Voorts hebben wij nog een woord te zeggen over de leeslesjes. In den beginne zijn wij gevallen over de werkwoorden toonen, kiezen, dienen, troonen, in zinnetjes, waarin de kindertaal ze niet gebruikt. Als er mogelijkheid op is, zullen de schrijfsters dat wel veranderen. Maar verder zijn de lesjes en rijmpjes heel gelukkig uitgevallen en loopt er uienig klein kunststukje onder door, dat goed rondloopt, een aardige pointe bevat, (b.v. III A 5, Poes is een smeerpoes) of op natuurlijke wijze sentimenten opwekt, zooals men die graag bij kinderen aantreft. Misschien zouden we eeu uitzondering maken voor de tevredenheid over de kat, die aan het zondig leven van de arme muis een eind maakt (II A, 22).

Een kleine opmerking omtrent den vorm is deze, dat wat veel van H voor het is gebruik gemaakt. Eigenlijk zijn wij van meening, dat 't alleen in verzen te pas komt, als de maatdwang het uitwinnen van een lettergreep noodig maakt. In proza is het o. i. een zwak begin van een pbonetische schrijfwijze, die toch niet verder komt dan dit begin. Maar vóór of achter een t is H niet uit te spreken en zijn zinnetjes als: wie weet 't? — maar vooral: laat 't tante maar zien, stellig onuitspreekbaar.

Dit als een bewijsje, dat wij scherp hebben toegekeken, en om te sluiten de wensch, dat de schrijfsters veel genoegen van haar werk mogen beleven.

10

Sluiten