is toegevoegd aan uw favorieten.

Verspreide opstellen van C. H. den Hertog

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slagen achter die geheimen te komen. Maar sinds eenige leeraars bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs zich in de rij der klagers geplaatst hebben, raakten de poppen eerst recht aan het dansen en zoo begint zich in verschillende kringen een dogma te kristalliseeren, dat de schoolmeesters met hunne stoute nieuwigheden en pedante spitsvondigheden de schuldigen zijn, die de gebrekkige taalkennis van de meerderheid der natie op hun geweten hebben.

Wat zal men tot al deze klachten zeggen? Men kan overtuigd zijn, dat het niet de taalstudie der ouderwijzers en het taalonderwijs der lagere school nog op verre na niet is, zooals het wezen moet, en toch de neiging in zich voelen opkomen, om deze jeremiaden met een minachtend schouderophalen te beantwoorden, van zooveel onbesuisdheid en oppervlakkigheid als ze vaak getuigen. Toch zouden we daaraan verkeerd doen; de resultaten van het taalonderwijs laten nog te veel te wenschen over, om niet iedere gelegenheid aan te grijpen, ten einde voor ons zeiven te onderzoeken, of we ons in de goede richting bewegen. Maar alvorens na te gaan, welken grond van waarheid die klachten hebben, wensch ik een paar grieven te bespreken, die men tegen de klachten zelf kan aanvoeren. Het toevallige, het individuëele in die klachten, wil ik daarbij liefst geheel ter zijde laten.

Daar zijn een soort van klagers, die men liever pruttelaars moet noemen. Men vindt ze voornamelijk onder hen, die buiten het onderwijs staan. Nu is het een algemeen verschijnsel, dat er maar zeer weinig menschen zijn, die zich de bevoegdheid ontzeggen, om over onderwijszaken te oordeelen. Waar het evenwel de methode van een of ander vak geldt, ontwaart men gewoonlijk eene grootere mate van bescheidenheid. Tegen de bekentenis, dat men over het