Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men heeft de voorbeelden maar voor het grijpen van auteurs, dio deze monistische opvatting van hot woord huldigen, en de taalstudie zoowel als de logica beginnen er langzamerhand de gevolgen van te ondervinden '). Het is hier de plaats niet, om daar verder bij stil te staan: wie Paul's Principien kent, weet hoe ook deze nauwkeurig den physischen en psychischen kant der taal onderscheidt en het innig verband nimmer uit het oog verliest. Maar wel moet hier opgemerkt worden, hoe noodlottig het is, wanneer dergelijke fundamenteele waarheden halfbegrepen wildweg verspreid worden. „Niets is, alles wordt." Natuurlijk, maar zoo snel gaat het verworden niet, of er is wel eenige bestendigheid te constateeren. „Alles is gave." Voorzeker, maar de oefening beteekent ook wat. „Woord en begrip zijn één." Ongetwijfeld, maar daarom is het nog niet onmogelijk één der beide zijden van zulk een bestaanseenheid op zich zelf tot een voorwerp van waarneming en studie te maken.

In zulk soort van misvattingen is de heer v. d. B sterk en in plaats van zelf nog eens wat over de straksvermelde grondwaarheid te studeeren en na te denken, haast hij zich er anderen mee in de war te brengen. Zijn fameuse tegenstelling tusschen Oud en Nieuw taalonderwijs is er het merkwaardigste specimen van.

1) Max Müller citeert Prantl, die in zijn Reform-gcdanken zur Logik, p. 162 zegt: „Die gedankenhaltige Sprache des Menschen muss nicht als ein Compositum aus dem physiologisch-leiblichen Laute nnd einem begrifflichen Geistigen sondern gleichfalls als eine untrennbare WesensEinheit betraclitet werden. Und durch eine solche Auffassung des Denkens als einer von der Sprache unzertrennliclien Kraftiiusserung muss die gesammte Gliederung und Entwickelung der sogenannten Denklehre, welche sich uns zu einer Wissenschaft gestalten soll, in sehr erliebliclie Weise berührt werden.''

Sluiten