Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermenigvuldigd, terwijl ze zeer goed uit zaad kunnen worden voortgekweekt, en dan bovendien een beter en regelmatiger wortelgestel hebben.

Verschillende omstandigheden kunnen de natuurlijke vermenigvuldiging van sierheesters en sierboomen in den weg staan. In de eerste plaats is het soms moeilijk goed zaad in voldoende mate machtig te worden, daar vele soorten bij ons zelden kiemkrachtig zaad geven, of daarvoor eerst een zekeren leeftijd moeten bereikt hebben.

Bovendien zijn onze zomers gewoonlijk van dien aard, dat de jonge plantjes in het najaar niet sterk genoeg zijn om den winter door te komen, het zaaien en verplegen in bakken is dikwijls bezwaarlijk.

Wij zijn daarom veelal genoodzaakt, het benoodigde zaad uit verafgelegen landen te betrekken, waardoor het duur wordt en het kiemvermogen vermindert.

Wel zijn we veel vooruitgegaan bij vroeger, nu meer reizigers zich toeleggen op het verzamelen van zaad en het verkeer met afgelegen gewesten veel gemakkelijker is geworden; bovendien zijn de vindplaatsen meer bekend, zoodat het thans beter dan eertijds mogelijk is goede kiemkrachtige zaden van allerlei soorten te bekomen tegen niet al te hooge prijzen.

Zelf geoogst zaad, of van handelaars, van wie men zeker is echt zaad van goede kwaliteit te bekomen, verdient de voorkeur boven dat, waarvan men de herkomst niet kent, al is het goedkooper. Het zelfoogsten is bezwaarlijk, daarvoor dient men eene juiste kennis van den tijd van rijpheid te bezitten, die bij de houtgewassen zeer verschillend is.

In vele gevallen zijn de zaden al rijp, vóór men het vermoedt; men oogst dan, vooral van fijn zaad, slechts het zaadbekleedsel, zooals dit vaak bij Spiraea ariaefolia plaats heeft. Als de vruchtjes hiervan bruin kleuren is het tijd om te oogsten; een paar dagen later is het zaad er reeds uitgevallen. Perioden van regen of droogte kunnen de rijpheid van het zaad veel vervroegen en verlaten, zoodat de exemplaren, die bestemd zijn om zaad te geven steeds zorgvuldig moeten worden nagegaan.

Verder dient er op gelet te worden slechts van zulke planten zaad te winnen, waarvan men zeker is, dat ze standvastig uit zaad terug komen; tenzij het om proefnemingen of om het verkrijgen van nieuwigheden te doen is.

Aan het einde van dit hoofdstuk zullen eenige variëteiten genoemd worden, die echt uit zaad terugkeeren, of althans niet tot den stamvorm terugslaan.

De planten, waarvan zaad zal worden gewonnen, moeten gezond

Sluiten