Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. "ac"te.n er niet aan, dat wij zouden kunnen beluisterd worden, doch toevallig was de abdis met eenige nonnen, die zich voor de biecht voorbereidden, in de kamer boven ons. Zij kwam dadelijk naar beneden en vroeg: Wat is hier te doen ?" johanna antwoordde zeer bedaard: „Wij hebben Psalmen gezongen," en beriep zich op

"kIi- om z.u een °peobare leugen te bevestigen en de

abdis te bedriegen ofschoon ik mij wel eens met grootere leugens van haar eigen maaksel had moeten afgeven. Ik antwoordde daarom op Johanna s gezegde slechts met een enkel woord. De abdis kreeg kwaad vermoeden en wij werden naar de kamer der gewetensbeproe ving gezonden, waar wij tot aan den nacht moesten blijven, zonder een mond vol eten te krijgen. Johanna las mij de les, zoo duchtig als ooit en zij was zoo verstoord op mij, dat ze wel veertien dagen lang geen woord tot ra,j sprak. Eindelijk haalde een aanklacht, welke zij tegen mij inbracht, mij een boete op den hal*. Dit leidde tot toenadering. Wij vraagden elkander om vergiffenis. Nu waren wij verzoend en zulke goede maatjes als ooit te voren.

Een der walgelijkste straffen, waaraan wij ons moesten onderwerpen, was het waterdnnken, waarin de abdis haar voeten had gewasschen Bij deze boete lachte niemand dan Johanna Ray. Zij beproefde het ons daarmede te troosten, dat het veel beter was dan zuiver water. Johanna speelde hare streken ook met de kledingstukken der nonnen. Het was eea regel dat de schortjes, die het oudste waren, door de jongste nonnen moesten gedragen worden, waardoor dan de ™e, noB,nen ?'®u^e schorten kregen. Bij vier onderscheiden gek genheden sloop Johanna 's nachts in de slaapzaal en onbemerkt door

-ÏLT?^W3:lk?ter' verrulIde ^ dan de schorten, voor ieder bed een schort leggende, dat aan een ander behoorde. Het gevolg daar-

LanViW(aLgeWOr-nlljk,Jdaut de" y°'oei)den morgen, als wij ons haastig aankleedden, niemand het bedrog bemerkte, totdat wij allen in de rij stonden voor het gebed, hetwelk, door de lachende gezichten van ve en, niet weinig werd verstoord. Ik was zoo goe dlachs, dat ik bij zulke gelegenheden dikwijls uitproestte en dan boete beliep. Meestal als Johanna deze grappen uitvoerde, kreeg ik een nieuw schort. Haar doel daarmede was om hare lievelingen genoegen te doen, daarom gat zij aan de oude nonnen de slechtste.

Johanna verloor eens haar zakdoek. De straf, die daarop stond, is dat men vijf weken lang het geheel zonder moet doen. Zij kon daarvan me vrij oopen en bad mij, ik zou, als wij de trap opgingeu, aan de een of andere non er een voor haar ontfutselen. Ik kreeg ér twee. Johanna begreep dat er een te veel was en dat de zaak voSr ons beiden gevaarlijk kon worden, als zij ontdekt werd. Weldra misten de nonnen haar doeken Johanna stopte er één in het stroo onder het bed. oen men na tenigea tiji nieuw siioo brac'.it werd hij gevonden.

Sluiten