Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen de winter naderde, beklaagde zij zich er over, dat wij niet allen zulke warme kleeren hadden als twee nonnen, die zij roemde en aan welke zij een hekel had. Kort daarop vond zij gelegenheid om de warme flanellen nachtjakken dier nonnen machtig te worden. Zij gaf er mij een en trok zelve den volgenden nacht het anJereaan. Zij dacht wel, dat de eigenaressen er den volgenden morgen naar zoeken zouden en verstopte ze, toen het vuur uit was, in den oven. Zoo deed zij eiken morgen, den geheelen winter door, ze er des avonds weder uithalende. De arme nonnen, aan wie de jakken behoorden, durfden over haar verlies niet klagen, uit vrees van te tullen worden gestraft. Toen het weder met de lente warmer werd, legde Johanna de jakken op het bed der nonr.en en deze waren over hare vondst nu even verwonderd als vroeger over haar vei lies. Zij vond ook eens gelegenheid om haar voorschoot met schoor.e appelen te vullen. Zij verborg ze onder mijn bed. Zij zeide het mij en wij kwamen overeen om verlof te vragen tot het bidden van onze Elf, zooals wij het noemden, d. i. gedurende negen dagen een zeker getal gebeden aan de heiligen op te zeggen, om van hen meer ootmoed, barmhartigheid enz. af te smeeken. Wij kregen dit verlof gemakkelijk en ijlden de trappen op om ons negendaagsch feest met de appelen te beginnen; maar ziet — deze waren verdwenen. Er was geen uitweg om het lot te ontgaan, dat wij zelve hadden gekozen. Johanna doorsnuffelde de bedden van al de nonnen, en, toen zij er niets onder vord, stak zij er naalden in, waardoor zij zich bezeerden, toen zij zich te bed begaven en waardoor zij pijnlijke kreten slaakten, die hen op straffen te staan kwamen, omdat zij 't zwijgen verstoorden.

ACTE-STUKKEN EN BIJLAGEN TOT DIT HOOFDSTUK.

Men kan zich moeilijk voorstellen, hoeveel tegenspraak de door Maria Monk medegedeelde geschiedenis heeft ontmoet en hoe dikwijls hare opgaven zijn verdedigd. Wij leveren hier een uittreksel uit den brief van een achtenswaardig man te Montreal, die zich veel moeite heeft gegeven om deze zaak in het licht te stellen. De lezer zal er zich een denkbeeld door kunnen vormen van de opschudding, die de zaak in Montreal gemaakt heeft. Nadat hij, met anderen, zich de moeite had gegeven, om iets van de vroegere geschiedenis van Maria Monk te weten te komen, schrijft hij: „Ieder ontziet zich hier, om daar onderzoek naar te doen en al hare bloedverwanten zijn zeer terughoudend om zich op dit punt uit te laten. Het Romanismus heeft hier zóó de meerderheid en overmacht, dat weinigen rechtschapen en

Sluiten