Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Twee middelen tot uitbreiding zijn in gebruik:

1. de hulplijnen

2. het octaafteeken.

Hulplijnen, lijnen (eigenlijk lijntjes) die den balk te hulp komen, zijn korte lijntjes, die alleen waar 't noodig is, boven en onder den balk getrokken worden, met denzelfden onderlingen afstand als de balklijnen. Ze worden nooit langer gemaakt, dan voor één noot noodig is, en brengen elk 2 nieuwe plaatsen aan:

boven den balk: één er op en één er boven,

onder den balk: één er op en één er onder.

1e hulplijn met de 2 plaatsen. 2® hulplijn met de 2 plaatsen.

Feitelijk wordt dus 't aantal balklijnen vermeerderd, doch omdat het alleen daar geschiedt waar meer plaatsen noodig zijn, en — omdat de lijntjes zeer kort zijn, blijft het lichaam van den balk duidelijk uitkomen, en valt het gemakkelijk, voor de hulplijntjes een nieuwe telling te beginnen. Men spreekt dus van de 1®, 2® enz. hulplijn boven of onder den notenbalk.

Zeer zelden gebruikt men meer dan 5 hulplijnen boven en 5 onder den balk; door de hulplijnen kan dus de notenbalk tot het drievoud van zijn gewonen omvang worden uitgebreid.

Het octaafteeken

boven of onder noten geplaatst, wijst aan dat die noten een octaaf hooger of lager moeten gedacht worden dan zij staan.

Sluiten