is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons toonstelsel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die omvang is dus:

Voor Sopraan: van c' tot a' J elke vul(rende 9tein hef?int en

„ Mezzo-sopraan : „ a „ f' ( eindigt 2 tonen lager clan de „ Alt: „ f „ d>l

V an (, tot a j e||(e voigenr|e stem begint en

„ A „ f' / eindigt 2 tonen lager dan de

Fi, I voorgaande.

» d '

Hierbij valt dadelijk in 't oog, dat iedere mannenstem juist een octaaf lager ligt dan de overeenkomstige vrouwenstem.

Natuurlijk moet de hier gegeven omvang der zangstemmen als een gemiddelde beschouwd worden. Er zijn b.v.b. bassen, die gemakkelijk nog 3 of 4 tonen lager, — tenoren en sopranen, die nog wel 2 of 3 tonen hooger kunnen zingen.

Bovendien wordt de aard der zangstem eigenlijk minder naar den omvang, dan wel naar de kleur of dikte Van 't geluid (zie de eigenschappen van den toon) bepaald. Het komt meermalen voor, dat een hooger reikende stem, maar waarvan 't geluid vol en zwaar is, tot de alt moet gerekend worden, terwijl een stem, die niet zoo hoog reikt, doch een dunnen en fijnen toon voortbrengt, bij de sopraan wordt ingedeeld.

29. Afzonderlijke vermelding eischt nog de kinderstem, de onvolwassen stem waarover ieder, jongen of meisje, tot het I4e of 15e levensjaar beschikt, en die daarna in mannenof in vrouwenstem overgaat.

De kinderstem beweegt zich over dezelfde tonen als de mezzo-sopraan, en wordt dus in den g-sleutel geschreven. Men verdeelt ze in hooge en lage kinderstem, elk van ongeveer 11/2 octaaf omvang.

•)*

Voor Tenor: „ Bariton:

„ Bas: