Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47. In het notenschrift worden de maten van elkander gescheiden door loodrechte streepjes door den notenbalk, die maatstrepen heeten. Aan het eind van een muziekstuk schrijft men doorgaans 2 maatstrepen: de eerste dun, de tweede dik.

Een zichtbare maat is dus een stukje notenbalk met noten of rusten tusschen twee maatstrepen. Onmiddellijk op de maatstreep volgt het eerste maatdeel, dat het accent heeft.

Het aantal deelen in elke maat, en de waarde van elk deel, worden aangewezen door een teeken — het maatteeken — dat men in elk muziekstuk achter den sleutel vindt. Het maatteeken heeft den vorm van een gewone breuk : de teller wijst aan uit hoeveel deelen elke maat bestaat, de noemer, welke notenwaarde elk maatdeel bevat; of — kortweg — wat de waarde van elk maatdeel is.

Het \ of tweekwartsmaatteeken wijst dus aan, dat elke maat bestaat uit 2 deelen, die ieder de waarde van een kwartnoot hebben.

Onderstaande balk bevat een regel muziek in de J maat in haar eenvoudigsten vorm:

Hierin komt uitsluitend het eerste der in 4(5 genoemde drie gevallen voor.

Voorbeelden van de andere twee gevallen zijn:

Elke van al deze maten bestaat uit 6 deelen; ieder deel heeft de waarde van een kwartnoot.

3*

Sluiten