Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4*. Alle bestaande maten worden tot 2 hoofdsoorten

gebracht:

de tweedeelige of even, en de driedeelige of oneven maatsoorten. Een maat is tweedeelig, als 't accent om de 2, — driedeelig als 't om de 3 maatdeelen terugkeert.

De tweedeelige maat is dus voor te stellen door

en de driedeelige door

| — — — — v-'wl —

of — zuiverder, omdat het 3e maatdeel altijd nog wat meer klemtoon krijgt dan het 2e , door

49. Een maatdeel kan de waarde hebben van een heele, een halve, een kwart-, een achtste of een zestiende noot, zoodat als maatteekens voor de tweedeelige maat voorkomen:

fff* A»

en voor de driedeelige:

t t i t iV

De j maat wordt grootealla-brève —, de jj maat kleine alla-brève maat genoemd; in plaats van door een breuk, worden zij meestal aangewezen door 't teeken (£

Een enkele maal komt ook de twee-en-dertigste noot als maatdeel voor.

In 't algemeen neemt men aan, dat de accenten in de muziek zwaarder zijn naarmate het maatdeel door een grootere waarde wordt voorgesteld: muziek in de | maat klinkt dus veel luchtiger dan muziek in de f of ? maat.

50. Door 2, 3 of 4 maten tot één maat te vereenigen, verkrijgt men de samengestelde maatsoorten, in

Sluiten