Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

85. De 7 op deze wijze gevonden toonladders zijn alle majeurtoonladders: elk beantwoordt aan het model, dat de normaaltoonladder aangeeft. De 5e toon van elke toonladder wordt de grondtoon van de volgende, die éen afgeleiden (chrom. verhoogden) toon meer heeft.

86. Elk muziekstuk bestaat hoofdzakelijk uit tonen van een bepaalde toonladder, en eindigt in den regel met den grondtoon, soms ook met den 3" of den 5" toon van die toonladder.

Men drukt dat uit door te zeggen, dat het in die toonladder staat. Staat een compositie b.v.b. in de toonladder van a, dan mag er — behoudens uitzonderingen waarop wij later terugkomen — geen f, c of g in voorkomen; maar moeten die tonen, zooals de toonladder van a aanwijst, vervangen worden door fis, cis en gis.

Om nu niet door 't geheele stuk heen de betrokken noten van kruisen te behoeven voorzien, maakt men gebruik van de wet, (zie 72'), dat chromatische teekens, die bij den sleutel staan, voor den duur van 't geheele muziekstuk geldig zijn, en plaatst vlak achter den sleutel van het muziekstuk de kruisen, die in de toonladder van a voorkomen.

fËÉ

Deze aanwijzing achter den sleutel heet de voorteekening van het muziekstuk; de chromatische teekens zelt worden dan voorteekens genoemd, en krijgen den naam van den toon, waarop ze betrekking hebben.

Bovenstaande voorteekening bestaat dus uit 3 voorteekens: fis, cis en gis.

Sluiten