Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87. Ter wille van 't gemakkelijk overzicht schrijft men ook de toonladders liever met voorteekening, dan met teekens vóór de noten.

De volgorde, waarin de kruisen in de voorteekening voorkomen, is een vaste, en dezelfde, als waarin (zie 84) de stamtonen als 7e toon verschijnen om verhoogd te worden, dus

Het laatste kruis van een voorteekening is dus altijd de verhooging van den 7" toon der toonladder.

Daardoor kan uit de voorteekening van een toonladder dadelijk de grondtoon van die toonladder afgeleid worden. Want de 7e toon ligt een diatonischen halven toon onder den 8" toon of het octaaf, dat gelijknamig is met den grondtoon. Gaat men dus een diatonischen halven toon hooger dan het laatste kruis, dan vindt men den naam van den grondtoon.

Bij deze voorteekening b.v.b. is het laatste kruis ais, de 7e toon van de toonladder is dus ais; een diatonische halve toon hooger ligt b, derhalve is de grondtoon van deze toonladder: b.

Omgekeerd is nu ook dadelijk het aantal voorteekens te vinden, dat een toonladder hebben moet. Een diatonischen hal ven toon lager dan de grondtoon (eigenlijk: dan het octaaf van den grondtoon) ligt het laatste kruis, waarvan men — na een weinig oefening — al spoedig weet het hoeveelste het is.

van deb laan, Ons toonstelsel. 5

fis, cis, gis, dis, ais, eis, bis.

Sluiten