Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schrijfwijz'

Uitvoering

141. c. Vervangende versieringen.

1 De Triller.

De triller wordt aangeduid door tr. soms nog gevolgd door een golvend lijntje: ft' •»» boven een noot. Hij bestaat in een voortdurende snelle afwisseling van den hoofdtoon met zijn bovenseconde, en neemt den geheelen duur van den hoofdtoon in.

Zonder nadere aanwijzing begint de triller met den hoofdtoon; moet hij met de bovenseconde beginnen, dan wordt die als kleine noot vóór de hoofdnoot geschreven.

Een triller van eenigszins langen duur eindigt meestal met een naslag, die gevormd wordt door de onderseconde en den

hoofdtoon.

Schrijfwijze: Uitvoering:

Schrijfwijze:

Uitvoering:

Sluiten