Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen lucht doelloos laten ontsnappen maar ze geheel voor toonvorming gebruiken, en — zijn voorraad lucht tijdig en

onhoorbaar aanvullen.

Tijdig — bijna alle ongeoefende zangers ademen te laat

in: wanneer hun voorraad bijna geheel verbruikt is. en aan 't eind van een rust in plaats van aan 't begin.

Onhoorbaar - de lucht moet niet geweldig ingezogen worden, maar geleidelijk en kalm vanzelf binnenstroomen zonder geluid of geruisch te veroorzaken.

168. Is een goede adembeheersching reeds het eerste element voor goede toonvorming, ook die toonvorming

zelf eischt ernstige studie.

De lucht, regelmatig door de luchtpijp naar boven geblazen, moet door de stemspleet ontsnappen. Bij gewone uitademing is de stemspleet wijd open (»e fig. 4>); bij toonvorming, 'tzij voor spreken of voor zingen, naderen de randen der stembanden elkander en laten slechts een nauwe spleet

open, of sluiten zich geheel.

Naar den stand der stembanden bij 't ontstaan van den

toon onderscheidt men drieërlei toonge\ing.

1. de vaste,

2. de zachte, en

3. de geaspireerde toonaanslag.

De vaste toonaanslag, ook wel glottisslag (glottis = stemspleet) ontstaat, wanneer de stembanden zich geheel sluiten op 't oogenblik dat de luchtstroom van onder nadert, zoodat deze eerst na een kleinen stoot tegen de stembanden, met een soort van ontploffing kan ontsnappen. Hij is, doordat de stembanden daarbij voortdurend worden geforceerd, zeer nadeelig.

De zachte toonaanslag (spiritus lenis) ontstaat, als de stembanden op 't oogenblik der toonvorming elkander mei naderen, doch zich niet geheel sluiten.

Sluiten