Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is het hoogst onwaarschijnlijk dat niet, evenals in 1899, aan den vastgestelden sluitingsdag de hand zal worden gehouden.

Wij zagen, dat de heer Fran^ois de Neufchateau, de man der eerste Parijsche tentoonstelling, 14 dagen tijd tot voorbereiding gehad heeft en over frs. 60.000 heeft kunnen beschikken. De tegenwoordige Commissaris-Generaal, de heer Alfred Picard, heeft èn meer tijd èn meer geld gehad.

Op voorstel van den toenmaligen Minister van Koophandel, den heer Jules Roche, werd bij besluit van den President der Republiek, Carnot, van 13 Juli 1892 tot het houden eener wereldtentoonstelling in 1900 besloten. De wet van 13 Juni 1896 wees de middelen aan tot bestrijding der kosten. In een merkwaardig rapport van den heer Picard van 21 Mei 1895 komt de volgende begrooting voor:

WERKEN.

Omheining en ingangen frs. 300.000

Kaden, bruggen en loopbruggen over de Seine . , 9.460.000

Paleizen in de Champs-Elysées ....... , 20.625.000

Paleizen op de Esplanade, het Champ de Mars,

de Seine-oevers en het Trocadéro „ 24.320.000

Wegen, riolen, grondwerken, tuinen, waterafvoer en cirkelspoorweg „ 5.590.000

Dienstgebouwen, fonteinen en versieringen der wegen en tuinen, feesten en wedstrijden te

Vincennes „ 8.100.000

In orde brenging der terreinen na afloop. . . , 600.000

Diverse onkosten , 4.005.000

Transporteeren . . . frs. 73.000.000

Sluiten