Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dekker van Parakan Salak naar Buitenzorg, waar hij bleef tot den 4d«> October. Op dien dag ondernam hij de reis naar Poerwakarta, eerst te paard met zijn bediende, zijn jongen, en later voortgezet te voet, omdat hij verkoos te wandelen boven het rijden op een gouvernementspaard. Het verhaal van deze reis kan men lezen in den eersten bundel zijner Brieven, bid. 114 v. v. — Den 8sten October bevindt hij zich te Poerwakarta — eindelijk, na twee jaren tobbens, weer in betrekking.

Van dezen 8sten October af kunnen wij zijn leven vrij trouw volgen — het leven van dezen armen vreemdeling, die nergens thuis was op aarde en die door zoo heel weinigen werd begrepen en zelf nagenoeg niemand begreep.

Daar te Poerwakarta logeerde Cateau Teunisz — ook haar heeft Dekker liefgehad, eigenlijk omdat er geene andere was, want in zijne onmiddellijke omgeving vond hij altijd minstens ééne vrouw, die hij dacht lief te hebben.

III.

Cateau, de dochter van een gepensionneerd kapitein van het Ned.-Indische leger, logeerde

Sluiten