Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toeval een Max Havelaar in hare handen, ze gaat het lezen en begrijpt het. Ze richt zich tot den uitgever en vraagt zijn adres; zoodra ze 't heeft, schrijft ze hem een allerhartelijksten brief en vraagt om antwoord: „Bitte, bitte, schreiben Sie bald, beruhigen Sie mich, ich konnte nicht anders; ich musste Ihnen schreiben um ruhig zu werden."

Ik bid voor uw welzijn — ik bewaar uw aandenken als iets heiligs — schrijft ze — zie, haar gevoel was heilig.

Niemand mag weten, dat zij aan hem schrijft, hij moet er niet op zinspelen. Zij heeft hem eens verdriet gedaan en hij moet haar dat vergeven — zij kon niet anders, hij had beloofd tevreden te zullen zijn met voortaan haar broeder te wezen — — — —

Maar hij was toch boos geworden en zal uitgevaren hebben tegen zulke liefde, die half is en dus onwaar, omdat ze niet alles geeft. Wat zij leed en streed, beseft hij niet; meer zelfs: als zij leed, was dat een bewijs voor de onwaarheid van hare liefde, want haar hoogste genot móést zijn, hem alles te offeren.

I oen hij — alweer ver uit den kring van dat

Sluiten