is toegevoegd aan uw favorieten.

Eduard Douwes Dekker

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De heeren van Lennep en Fransen van de Putte begrepen volkomen duidelijk qu'il ne faut pas mettre du coeur partout.

Half Juni verlaat Dekker Brussel al weer — Tine bleef met de kinderen in Brussel, doorgaans in armelijke omstandigheden, maar altijd verlangend naar samenzijn met hem — samen „eten en drinken", zooals het in den Havelaar heet. Dekker was meestal in Amsterdam, omdat hij daar „vrijer" was — soms een paar dagen in Rotterdam of in den Haag. In Amsterdam woonde zijn zwager Abrahamsz; zijne zuster Catharine was gestorven, Abrahamsz hertrouwd; doch uit het eerste huwelijk waren 4 kinderen: Catharina, Sietske — naar hare grootmoeder zoo genoemd — Anna en Theodoor. Die Theodoor is het „lieve neefje," de latere zoo deftige Dr. Th. Swart Abrahamsz, die de „ziektegeschiedenis" geschreven heeft. En Sietske is de latere mevrouw Wieneke, wier zoon ook al eene studie over Multatuli heeft geschreven, in navolging van zijn oom Theo.

Over^'zijn verhouding tot Sietske willen we nu spreken. „Één méér!" placht Tine te zeggen, zeker er bij denkend „of minder schaadt weinig."