Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Juni '63 durft hij haar schrijven: „Geen omweg, ik heb je lief, en ik heb je ook zinnelijk lief, ziedaar! Wees jij nu boos en stoot me terug, maar bedenk, dat ik goed gestreden heb en altijd anders heb gehandeld dan die passie ingaf." — Waarschijnlijk is Mimi hierover heengegleden, of heeft ze er zich met een enkel woord afgemaakt. Ze is hem volkomen blijven vertrouwen en heeft de kracht gehad toe te geven aan zijn dwang, om haar op zijne knieën te mogen hebben. — Langzamerhand echter wordt de hartstocht geheel de baas; als Faust rust hij niet, vóór zijne liefde geheel vermeesterd is. Er is sprake van, dat Mimi een arm kindje tot zich nemen zal uit medelijden. Maar dit wil hij niet. „Maar jij 't tot je nemen? Neen, Mimi! Je moogt je niet overgeven aan halfheid, waar je rijke natuur aanspraak heeft op 't geheel. Ik wil, dat jijzelve een kindje hebt, ziedaar!" —

Mimi wordt boos, of bedroefd: ,,'t Maakt me bedroefd!" schrijft ze.

En het antwoord van hem daarop is karakteristiek: „Mimi, hierbij de brieven van mevrouw B. terug. Ik verzoek je zeer ernstig je papa geen verdriet te doen. Uit uw brief van gister

Sluiten