Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spraken voortdurend kwaad van Dekker; waar schijnlijk vertelden ze héél véél waars, maar toch altijd uitsluitend met de bedoeling haar van hem af te trekken. Ze waren allen min of meer „geloovig" - en wat de christelijke liefde vermag in zulke omstandigheden weet ieder.

Tine had daar een treurig leven, maar zij bleef in Dek gelooven, ze werd hem niet ontrouw. En toen eindelijk de Havelaar af was, midden October '59, kwam er verandering. Niet bij van Heeckeren — die is onverzoenlijk gebleven — maar bij Jan.

En toen Dekker eindelijk, einde November '59, naar Amsterdam vertrok en hem daar ontmoette, verzoenden ze zich voor de zooveelste maal en werd Jan voor eene poos Dekker's bondgenoot.

Jacob van Lennep ontfermde zich over den Havelaar en bezigde dat boek in manuscript om den minister Rochussen naar zijne hand te zetten. De waarheid daaromtrent kan ieder belangstellende lezen in den bundel brieven „De Havelaar

verschenen."

Genoeg zij het hier voor ons doel te vermelden , dat van Lennep gedurende zes maanden maandelijks ƒ 200 zou zenden aan Multatuli.

Sluiten