Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar op de ideeën. In '63, toen hij al een beroemd man was, door zijn Havelaar, zijne Minnebrieven, en méér, sprak hij nog van „cette détestable langue qui a nom Hollandais."

Batavus Droogstoppel maakt heel veel aanmerkingen op Heines poëzie b. v., en in 't algemeen opmerkingen over poezie, die Max Havelaar volkomen gerechtigd acht. Dekker zegt dit zelf trouwens — maar voegt erbij: ik kom op andere gronden tot dezelfde conclusies. —

De mannen van den „Nieuwen Gids" wilden dan ook niets van Multatuli weten als litterator. — Hij wou niet in hun tijdschrift schrijven en zij wilden hem niet als gezaghebbende erkennen.

Hierin is dit vreemde: Busken Huet werd door hen heel hoog gesteld en Huet hield Dekker in zijn tijd voor onzen grootsten schrijver, naast Potgieter.

III.

Er is dikwijls geklaagd over de moeilijkheid, door Göthe aan de geslachten na hem voorgelegd, doordat „Wahrheit" niet meer te onderscheiden is van „Dichtung". Ook over Tasso klagen ze, en over Petrarcha en over veel an-

Sluiten