Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„stilte in de rijen?" Dat is de eerste formule en dit zwijgen moet terzelfder tijd een zwijgen der gedachte zijn. Welk officier, voortgekomen uit de school of uit de gelederen, van adel of burger, zou een oogenblik kunnen dulden dat in al die lummels, die voor hem opgesteld staan, kon ontkiemen een denkbeeld verschillende van het zijne? In zijn wil huist de kollektieve kracht van de gehede bezielde massa die paradeert en defileert op zijn gebaar, zijn vinger en zijn oog. Hij beveelt, zij hebben te gehoorzamen. „Vooruit! Vuur!" en men moet schieten op den Tonkinees of den Neger, op den Bedouin van het Atlasgebergte of op dien van Parijs, zijn vijand of zijn vriend! „Stilte in de rijen!" En als de nieuwe kontingenten, die het leger verslindt, jaarlijks moesten gemobiliseerd worden zooals het beginsel der discipline het wil, zou het dan niet een vergeefsche hoop zijn om te wachten op eenige hervorming, op eenige verbetering in het onbillijke stelsel waaronder de rechteloozen verpletterd worden?

Kefzer Wilhelm zegt: „Mijn leger, Mijn vloot" en grijpt alle gelegenheden aan om voor zijn soldaten, voor zijn matrozen te herhalen, dat zij zijn zaak, zijn fysiek en zedelijk eigendom zijn en zij moeten geen enkel oogenblik aarzelen vader en moeder te dooden, als hij, hun meester, hun dit levende doelwit toont. Dat is nog eens praten! Deze woorden hebben ten minste de verdienste om logisch te beantwoorden aan de autoritaire opvatting van een maatschappij, door God ingesteld. Maar als in de Vereenigde Staten, als in het „vrije Zwitserland" elk officier zich behoedzaam wacht om de keizerlijke toespraken te herhalen, ze zijn toch niet minder zijn gedragslijn in het geheim van zijn hart en als het oogenblik

Sluiten