Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van schoeisel te voorzien, geen gebrek aan goede vruchten, warme dranken om hun maag te herstellen. Alles is er in overvloed en terwijl zij hier en daar ronddwalen, hongerige blikken rondom zich werpende, vraagt de koopman zichzelf af hoe hij zijn waren zal kunnen duur maken, zelfs als hij de hoeveelheid ervan moet verminderen. Hoe het zij, het feit bestaat, het voortdurend teveel van voortbrengselen. En waarom beginnen de heeren ekonomen dit voornaamste feit der statistiek niet in hun handboeken te vermelden? Waarom moeten wij, opstandelingen, het hun leeren? En hoe is het te verklaren dat onontwikkelde arbeiders, die na de dagtaak met elkaar redeneeren, er in dit opzicht meer van weten dan de professoren en de knapste leerlingen van de school van zedelijke en politieke wetenschappen? Moet men daaruit besluiten dat de liefde tot de studie bij deze laatsten niet geheel oprecht is?

Daar de hedendaagsche ekonomische evolutie ons geheel gerechtvaardigd heeft in onzen eisch om brood, blijft er over om te weten, of zij ons evenzeer rechtvaardigt op een ander domein van ons ideaal: de eisch om vrijheid. „De mensch leeft niet alleen van brood," zegt een oud spreekwoord, dat altijd waar zal blijven, tenzij het menschelijk wezen tot de zuivere plantaardige voeding teruggaat; maar waarin bestaat dat voedsel dat onontbeerlijk is buiten het materieele voedsel? Natuurlijk predikt de kerk ons, dat het het „woord Gods" is en de staat zegt ons, dat het de „gehoorzaamheid aan de wetten" is. Dit voedsel dat het menschelijk verstand en zedelijkheid ontwikkelt, is de „vrucht der wetenschap van goed en kwaad," die de mythe der Joden en van alle

EVOLUTIE. 5

Sluiten