Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderdrukte; maar hoe kan men een dergelijke handeling verwachten van een geheele kaste van menschen onderling verbonden door een keten van belangen, door de illusies en beroepskonventies, door de vriendschap en de medeplichtigheid, zelfs door misdaden? En als de broeikassen der hierarchie en de lokstem van promotie het geheele regeerende lichaam als een samengepakte massa samenhouden, welke hoop heeft men dan om deze plotseling zacht gestemd te zien, welke straal van genade zou deze vijandige kaste: leger, magistratuur, geestelijkheid, kunnen humaniseeren? Is het mogelijk zich logisch voor te stellen dat een dergelijke groep aanvallen van kollektieve deugd kan hebben en toegeven aan andere redenen dan vrees? Het is een levende machine, wel is waar, en samengesteld uit menschelijke raderen, maar zij gaat voort als bezield door een blinde kracht en om haar stil te doen staan, zal men niets minder noodig hebben dan de kollektieve, onoverkomelijke macht van een revolutie.

Als men aanneemt dat de „goede rijken" allen gekomen zijn op hun „weg naar Damaskus" en plotseling verlicht door een schitterende ster en zich bekeerd, vernieuwd gevoelden als door een bliksemschicht, als men aanneemt — wat ons onmogelijk toeschijnt — dat zij zich bewust werden van hun egoïsme in het verleden en dat zij, zich in der haast ontdoende van hun fortuin ten bate van hen die zij mishandeld hadden, alles teruggaven en zich vertoonden in de vergadering der armen met leege handen hun zeggende: neemt; als zij al deze dingen deden, dan zou er nog geen recht zijn gedaan; zij zouden de schoone rol behouden die hun niet toekomt

Sluiten