Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schappij dan op voorwaarden dat zij haar oude onverzoenlijkheid niet meer 'behoudt. Het dogma wordt voor onveranderlijk gehouden, maar men schikt er zich in dat men er niet meer over behoeft te praten, dat men den nieuweling zelfs de geloofsbelijdenis van Nicea niet leert kennen. Men vraagt zelfs niet meer een schijn van geloof: „Onnut om te gelooven, doe maar!" Kniebuigen, kruisteekens op een gegeven oogenblik, offers op het altaar van eenig „heilig hart" van „Jezus" of „Maria" is voldoende. Zooals Flaubert het uitdrukte in een brief aan George Sand: „men moet voor het katholicisme zijn zonder er een woord van te gelooven." Elkeen is zeker van een goede ontvangst als hij bij gebrek aan overtuiging ten minste een onderteekening meebrengt, om het cijfer der vermeende geloovigen met een te vermeerderen; zeer hartelijk worden zij ontvangen die bij hun naam voegen den invloed van familie, geboorte, verleden, karakter of fortuin. De kerk gaat zelfs zoo ver om aan de ouders en vrienden de lijken te betwisten van mannen die altijd buiten de kerk hebben geleefd als vijanden van haar leer. De rechtbank der Inquisitie had deze lijken van ketters vervloekt en verbrand, nu komen de priesters, de belijders des geloofs, en willen ze zegenen tegen eiken prijs.

Men kan dan ook niet genoeg op de werkelijke waarde schatten de hedendaagsche evolutie der kerk die er zich toe bepaalt om alleen de uitwendige vorderingen der kerk te bepalen, zooals de aanwas van het aantal kerkgebouwen en dat der geloovigen. Het katholicisme zou bepaald in volle ontluiking van nieuwen bloei zijn als allen die het wachtwoord en

Sluiten