Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat men hun terzelfder tijd de uiterlijke teekenen van respekt geeft, men weet wat deze meesters waard zijn; en hun eigen ondergeschikten zijn de eersten om hen belachelijk te maken. Er gaat geen week voorbij of rechters met hun roode toga en de baret op het hoofd worden beleedigd, nagejouwd door slachtoffers die op de bank van beschuldiging zitten. Een gevangene heeft zelfs zijn klomp gegooid naar het hoofd van den president. En de generaals! Wij hebben hen aan het werk gezien. Wij hebben hen gezien in al hun gewicht, in al hun opgeblazenheid de voorposten inspekteeren, maar zich zeiven niet eens de moeite geven in de ballon op te stijgen of er een officier heen zenden teneinde de stellingen van den vijand te onderzoeken. Wij hebben hen het bevel hooren geven om bruggen te vernielen die door geen enkele batterij bedreigd werden en hun ingenieurs te beschuldigen dat zij te korte bruggen hebben gebouwd voor hun aanvallende kolonnes. Wij hebben met angst die vreeselijke kanonnade van Bourget gehoord, waar eenige honderden ongelukkigen hun „laatste cartouches" in brand staken, tevergeefs afwachtende dat de opperbevelhebber hun een deel van een half millioen manschappen, die op zijn bevel gehoorzaamden, ter hulp zond. Is het te verwonderen in deze omstandigheden dat het respekt verdwijnt en zelfs in minachting verandert!

Het is waar, het respekt verdwijnt, maar niet dat goede respekt dat verbonden is aan den rechtvaardigen, toewijdenden en arbeidzamen mensch, maar dat lage en schandelijke respekt dat het gevolg is van rijkdom of betrekking, dat slavenrespekt dat de menigte dwazen drijft om te kijken naar het voorbijgaan van

Sluiten