Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een asceet, waarschijnlijk een kale landjonker die opgevoed was door de Jezuïten. Hij liep langzaam op den steilen kant van het plateau en teekende zich als een leelijke zwarte schaduw af tegen het verlichte Parijs. De zonnestralen wierpen gouden vlekken op de huizen en kerken; nooit had mij de schoone stad, de stad der revoluties, mooier toegeschenen! „Gij ziet uw Parijs!" zei de sombere man terwijl hij ons met zijn wapen de schitterende schilderij toonde: „daar zal geen steen van op den anderen blijven."

Terwijl hij dit bijbelsche woord van zijn meesters, vroeger toegepast op Nineve en Babyion, herhaalde, hoopte de fanatieke officier ongetwijfeld dat zijn woord van haat een profetie zou zijn. Parijs is niet gevallen, niet alleen is er steen op steen gebleven, maar zij wier bestaan hem Parijs deed vervloeken, d.w.z. die 35000 man die men worgde op de straten, in de kazernes en op de begraafplaatsen, zijn niet te vergeefs gestorven en uit hun asch zijn wrekers opgestaan. En hoeveel andere Parijzen, hoeveel andere brandpunten van bewuste revolutie zijn niet geboren in de wereld! Waar wij ook gingen, te Londen of te Brussel, te Barcelona of te Sydney, te Chicago of te Buenos Aires, overal hebben wij vrienden gehad die voelen en spreken zooals wij. Onder de groote vesting die de erfgenamen van het Cesaristische en pauselijke Rome hebben gebouwd, is de grond overal ondermijnd en men verwacht een ontploffing. Zou men nog evenals in de XVIIIe eeuw Lodewijk XV's vinden, onverschillig genoeg om de schouders op te halen en te zeggen: Na mij de zondvloed? Heden, morgen misschien zal de groote gebeurtenis uitbreken. Balthazar is aan het feestmaal

Sluiten