Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goddelijke geest, die al strijdende en worstelende zich eene plaats verovert in hot zelfbewustzijn der menschen en in de zeden en instellingen der maatschappij. Hij ziet — en waar hij niet ziet, daar gelooft hij nochtans, dat het onheilige en het onzedelijke op den duur ook het zwakkere is en dat het edele en liet recht op de lange baan altijd overwinnen ; hij ziet en waar hij niet ziet gelooft hij nochtans, dat hetgeen waar en rein is, juist doordat het in deze wereld gedwongen wordt te strijden, te machtiger en zelfbewuster wordt en aflegt wat or tijdelijks en gebrekkigs en onzuivers aan is ; hij ziet alom, dat God déze wet heeft gelegd in heel de schepping, ook in de wereld des geestes: door strijd tot glorie, door beproeving tot veredeling, door kruis tot kracht, door nacht tot licht; en in plaats van zich daarover te beklagen, te wanhopen of bitter te spotten houdt hij den twijfel buiten zijn hart door zichzelven een strijder Gods te gelooven, bestemd om met zijne gaven, met zijne krachten, op zijn plaats drager te zijn en te blijven van Gods heiligen geest en alzoo te worden

een medearbeider Gods. ^ ^

Zoo zal de godsdienstige mensch, in wien Gods licht schijnt, ook een gansch andere en heel wat gelukkiger opvatting hebben van zijne levenstaak, van zijn arbeidsveld. „Wie niet werkt zal ook niet eten", is er gezegd ('t ware voor vele menschen wenschelijk, dat het altijd waar was, opdat zij er door mochten bewogen worden hun leven wat vruchtbaarder te maken en daardoor wat zonniger; gelijk het ook te wenschen ware dat ieder te eten had, die werken wilde) — töch zal een mensch als de Psalmdichter

Sluiten