Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

indien daar op het altaar van ons hart een licht brandt, dat ook de zeer moeilijke tijden des levens troostvol verlicht. Hoe onuitsprekelijk ellendig en eenzaam moet die mensch zijn die geen spoor van innerlijk licht heeft om hem door de donkere dagen zijn levens te geleiden, die in het graf blikt als in het donker einde van alle leven, voor wie in druk en droefenis, in lijden en dood geen hope is. Een, die waarlijk Gods verborgen omgang kent, heeft altijd hoop ; dat licht in hem werpt steeds zijne stralen vooruit, vooruit over de verdrukking, over de beproeving, over de zonde, over het graf henen.

En zoo zouden wij vele menschen uit onze dagen willen toeroepen: „komt eens hier staan, niet tegenover, maar naast ons. Beziet de dingen eens van dezen kant. Hier is licht. Ouders, zouden wij willen zeggen, leert uwen kinderen toch zóó de dingen zien; dat is immers voor hen van zoo oneindig veel geluk!

Licht te zien — overal licht! wat is dat een heerlijk ideaal! Eene stemming te hebben als Jezus, voor wien de vogelen des hemels en de bloemen des velds boden waren van Gods zorg, en zonneschijn en regen bewijzen van zijn allen-omvattende liefde! In Gods licht zag hij alom licht.

Hem was Gods tempel

een plekje in 't koren,

Een berg, een dal,

Een dobb'rend scheepjen,

Een straat, een drempel,

O, Heer, uw tempel Is overal.

Van hem kon worden gezegd:

Sluiten