Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want wij kennen ten deele.

1 Kor. 13: 9a.

Het is de gemeenschappelijke zonde van de leerlingen van Darwin en van die van Luther, zegt de schrijver van den zeer schoonen Duitschen roman Jörn Uhl ergens, dat zij te veel weten. Terwijl de laatste n er bij schijnen geweest te zijn toen de Heere God den mensch formeerde uit het stof der aaide om hem daarna te maken tot een levende ziel door hem den adem des levens in zijne neusgaten te blazen — waren de eersten blijkbaar tegenwoordig, toen er in de oercel, waaruit naar de nieuwste gissing deiwetenschap al het levende is voortgekomen, de eerste verandering plaats greep.

Het treft ons inderdaad menigmaal, hoe weinigen doordrongen zijn van de beperktheid onzer kennis. En ik heb hier niet vooral het oog op de oppervlakkige menschen, die alles zoo klaar en eenvoudig wanen, omdat zij het slechts van ééne zijde plegen te zien ; noch op de pedanten, die zich al te zeer vei gapen aan eigen voortreffelijkheid en wier ijdelheid het een schande dunkt te erkennen, dat zij ten deele kennen; neen Socrates is nog altijd wijzer dan vele overigens vrome en geleerde menschen door zijn wetenschap:

dat hij niet wist.

Job wordt tot zwijgen gebracht, als Jahwe hem overstelpt met vragen als deze: „waar waart gij, toen ik de aarde grondvestte? Deel het mede, indien gij inzicht hebt? Maar na Job is een geslacht opgegroeid,

Sluiten