Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

recht komen telkens voor groote vragen te staan. Diezelfde natuur is volkomen gevoelloos voor onze beste wenschen en voor onze edelste hoop; de zon beschijnt boozen en goeden, ja, maar de verwoestende orkaan verderft ook rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Het onschuldig kind boet zoowel lichamelijk als naar de ziel voor het liederlijk leven zijner ouders.

Er leeft in ieder mensch een drang naar het oneindige, een vurige begeerte om verlost te worden van de banden der eindigheid en beperktheid. Een hooge bestemming hebben wij, wij weten ons verwant met den oneindigen Geest, die alles doorademt en bezielt.

De nuchtere werkelijkheid evenwel spot telkens weer met ons hoog streven ; ook de beste mensch

weet in zich die naar beneden trekkende kracht, welke

hem laat doen wat hij niet wil, hem doet verzaken wat hij wil. Als de duivel in den mensch losbreekt en een zee van jammer en ellende brengt in deze wereld, die, naar wij meenen, zoo schoon en zoo gelukkig kon zijn — ziet, dan worden wij bijwijlen stil en wij buigen ons hoofd : God is groot en wij begrijpen Hem niet. Wij voelen ons afhankelijk ook waar 't ons zedelijk bestaan geldt — en tevens vrij en verantwoordelijk voor wat wij doen en zijn. "Wij weten ons onmachtig om de volmaaktheid te bereiken — en hebben schuldgevoel en berouw als wij verre van haar blijven. Wij achten ons geroepen tot plichtsbetrachting en tot zelfverloochening en ondervinden het, dat een kruis ons wacht, te zwaarder naarmate wij getrouwer zijn. Wij gelooven in de zegepraal van het goede en zien het kwade in de gestoelten der eere. Alles en allen dringen naar leven

3

Sluiten