Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

juffrouw op school meebrengen. Ze is nu niet boos meer op me," vroeg Miesje, die op het gras zat rond te kijken. Maar Grietje vond het niets prettig, dat het zusje dat vroeg, want ze werd boos. Haar oogen keken zoo donker en haar stemmetje was niet zoo lief-zacht, alsof ze voorzichtig deed.

„Ik ben boos op haar, de juffrouw hoeft geen zonnebloem te hebben, ze heeft je in den hoek gezet en ik heb haar geschopt. Het was raak ook."

„Had je het maar niet gedaan, want toen moest je schrijven en mocht je niet meespelen „„kat en muis.""

„Dat kan me niet schelen, maar ze zal je niet in den hoek zetten. Als ze weer aan je komt, schop ik haar weer en nog harder, als ik kan. Dan zeg u het ook tegen vader."

Toen praatten ze niet verder, want omdat ik zoo graag wou zien naar Grietjes gezichtje, tilde ik mijn hoofdje op en ze zagen mijn gloeiend fluweelen blaadjes, waar net een zonnestraal op viel. Grietje sprong naar me toe en raapte me op.

„Kijk eens, Miesje, dat is een mooie, een tuinbloem."

Ze rook aan mijn bloempjes en streelde met haar dikke vingertjes heel voorzichtig over mijn bladeren, die zacht zijn van zijige haartjes. Het deed me niet zeer.

„Och, wat zacht. Ik zet hem in een pot bij moeder, dan wordt het een groote plarit. Mijn potje is toch leeg, want de foksia is dood."

Sluiten