Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met een krachtig „ik wil" voortgezweept en toen de zusters zeiden: „Maar Lena, wat heb je een kleur," had ze alleen geantwoord: „Ik ben warm." Nauwelijks had ze de deur van haar kamertje achter zich en voelde ze zich veilig-alleen tusschen de vier wanden, die haar dekten voor de oogen van anderen, of de gespannen draad brak. Snikkend viel ze op haar bed.

„Ik kan niet meer en zal nooit kunnen ondanks al mijn willen."

Ze voelde de koele sprei weldadig aan haar slapen, maar snikte in wanhoop voort tot een zacht draaien aan den deurknop haar deed ontstellen. „Nu nóg iemand, mag ik dan nooit met me zelf alleen zijn, komen er nu nog oogen om te zien, wat ik verbergen wil."

„Leen, toe, laat me bij je, ik ben het, Mien," klonk het noodend van achter de deur.

„Wat baat het me, of ik het verstop, zelf moet ik het toch zien."

Machteloos tot verzet, schoof Lena het knipje weg en Mien kwam binnen.

„Lena, ik moest naar je toe, ik voelde, dat je wat had en niet alleen warm was. Ik heb zelf in het begin een zwaren strijd gehad, alles is zoo anders dan je je hebt voorgesteld. O, ik heb zoo vaak in tranen gezeten op mijn bed, maar nu is alles voorbij en is het werk mij een heerlijke roeping, voor jou zal die tijd ook wel "

„Voor jou is de strijd voorbij, maar voor mij zal dat nooit komen."

Sluiten