Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja Heer, ik wil hem opgeven, het liefste, maar geef mij kracht."

Ze stond en zag naar Miens tekst. Het schaamrood kwam weer op. Nee, Mien, dat had je niet van me gedacht, maar ik zeg het jou ook niet, ik wil het nooit uitspreken, nooit, dan wordt het maar sterker. Het moet diep in mij, weg, begraven, het moet dood."

De gangklok sloeg, zeven duidelijke slagen door de stille gang.

„Ach ja, ze moet naar bed. Dat was het, waardoor alles kwam. Ja Gerda, ik kom."

Ze luisterde, alles was stil, Gerda's schreien had lang opgehouden. Haastig bette ze de heete oogen met water en ging naar beneden, kalm, vooral kalm, om gewoon te doen.

Een kleine aarzeling, toen draaide ze de kruk om. Gelukkig, eerst moest ze de kamer nog door en dan onder de schei-vitrages door naar de veranda.

Daar zat hij, achterover in zijn stoel. Gerda innig tegen hem aan, schuilend in den arm, die.... neen Lena kon niet terugdenken aan dat vreeselijk moment.

Hij zag met een teer medelijden op het kind, dat het witte kroesje nog in het vuistje klemde. Haar andere handje rustte vast in de zijne.

Basser zag op, Lena in de oogen, waarin een

traan kwam, toen ze hem zoo innig zag met het

kind, de oogen, die ze haastig neersloeg voor de zijne.

Hij fluisterde tot Gerda, die van zijn knie gleed

Sluiten