Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hand bekortte en als in het eerst weer alleen in zijn kamer bleef. Nu 't haar eindelijk gelukt was om hem in het heden te doen leven inplaats van weemoedig zich te vermeien in het verloren geluk, nu was door haar zelf alles weer bedorven. Voor hem kon ze niets meer zijn, haar liefde scheidde hen.

Maar des te vaster klemde ze het kind aan zich om wat leeg was geworden aan te vullen.

X.

Daar gingen ze, de twee, die het leven met hem samen leefden, twee raderen, die in zijn rad pakten, zoodat ze door en met elkaar bewogen. Lena en zijn kind. Gerda huppelend aan haar hand, vol van uitgaan-verwachting; af en toe omkijkend en wuivend tegen „paatje." Lena even nog beleefd terugknikkend.

„Nu is paatje heel alleen I Arme pa. Zou pa niet bedroefd zijn? Waarom gaat pa niet mee naar het spoor ?"

„Pa heeft zeker iets anders, dat gedaan moet worden, Ger."

Ook Lena gevoelde, dat de pastorie stil moest zijn zonder Gerda's kinderlevendigheid. Toch had zeniet den moed gehad om er op aan te dringen, dat ze blijven zouden tot ook Basser uitging. Hij had haar niet aangeboden hen naar den trein te brengen, ze was er blij om geweest, want ze schaamde zich, dat juffrouw Spiller glurend door haar verraderlijke

Sluiten