Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lena kromp en boog onder de schaamte, dat Basser toch had gemerkt.

Haar inzakkende figuur, alsof ze het hoofd niet kon ophouden, trof hem. Hij had haar zeer gedaan.

Zachter vervolgde hij, met iets van weemoed over het verlorene:

„Nee, Lena, ik zal je niet hinderen. Toen ik in het begin je leidsman werd, zooals je dat zooeven noemde, heb ik me niet aan je opgedrongen. Ik heb je vertrouwen niet meer gevraagd, toen je het inhield. Ik meende, dat ik je vrij had gelaten, volkomen vrij.

Maar toch zal het heeten: ze kon daar niet blijven

om hem mijnheer was te o, ik weet hoe

laag de wereld praat over zulke toestanden. Ik weet, wat juffrouw Spiller zal zeggen.

Nee, Lena, het zal zijn een eerlijke zaak, die gezegd mag worden, zoodat de laster er niet over behoeft te fluisteren. Ridderlijk en open zal ik het vragen.

Lena, wil je, kun je mijn vrouw worden?" Basser zag haar bleek worden, bleeker, dan hij haar ooit gekend had, een oogenblik was het, alsof ze in zwijm wankelde, maar met een geweldig beheerschen,

hield ze zich op.

Vaag had ze gevoeld, dat hij haar iets verweet, ze had juffrouw Spillers onaangenamen naam gehoord, maar wat hij toch bedoelde, kon ze niet begrijpen. Het was haar net, alsof hij onredelijk dacht.

Maar klaar en duidelijk klonk daar op eens de

Sluiten