Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan zij. Speculeeren op ons geld. Vroeger was rijkzijn mijn ideaal, nu komt soms een begeerte vol bitterheid in mij op om arm te worden, opdat ik als alle andere menschen recht mocht hebben op medegevoel.

Daarvoor hebben we nu met eigen hand ons bootje afgestooten van de groene kusten om naar een dor eenzaam oord te stevenen. We lieten zooveel achter en hier wachtte ons enkel teleurstelling. En het zou alles te dragen zijn, als het maar niet nutteloos was. Er is geen zegen, geen zichtbare zegen op ons werk. Ik begrijp het niet, we waren toch zoo overtuigd van onze roeping en nu komt het mis uit."

Ammerberg drukte haar arm vaster tegen zich. Hij voelde haar strijd. Heiveld had haar een slag gegeven in haar geloofs-enthousiasme. Ook hemwas het een zware beproeving, maar zijn taaie kracht kon den duw verdragen.

„Geroepen," antwoordde hij beslist. „Dat zijn we, ik weet het, zoo zeker als ik weet, dat ik een christen ben. En dat stellig weten is onze sterkte. Laten we staan in de onwrikbare vastheid van de roeping Gods, al stormt van buiten alles op ons aan om ons om te stooten. Onze roeping is het vaste punt, waarop we steunen. „„Zijt sterk en de Heer zal uw hart versterken.""

Onze taak opgeven, omdat die moeilijker en anders is dan wij ons voorstelden? Dat zou jij toch ook niet willen, dat weet ik. We hebben er meer kracht voor noodig, daarom moeten we te dichter bij den

Strijd 11

Sluiten