Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterretjes blij waren en lachten tegen de zon. Dan vergat ze naar het voorjaar te verlangen, als de esch veranderde en de boeren achter den ploeg heen en weer de akkers over trokken of in een ongeregelde rij met vrouwen en kinderen aardappelpotend voortgingen. Alles begon dan te groeien en lag met frissche kleuren in het voorjaarszonnetje te koesteren. Zoodra het maar kon trok Anneke weer met haar werk naar buiten om dat opwekkend zonnetje in zich te laten schijnen.

Was de rogge eenmaal groot en geel, dan duurde het weken voor er verandering kwam. Wel kleur» den de aardappelen met lila en witte trossen boven het groen en lag alles in blakende zon of onder zwaarmoedige regens, maar recht levendig werd de esch pas van de maaiers; krachtig zwaaiden ze hun sikkels, die telkens een flikkering van licht maakten in de zon; bindsters met witte mouwen over de bloote armen kwamen vlak acher hen en deden met eiken buk een forschen greep in het gevallen graan; kinderen liepen er spelend bij of hielpen garven binden. Anneke zag telkens van haar stil plekje die bedrijvigheid aan. Ze was zoo ver van dat jonge gezonde leven af en ze snakte er naar om er midden in te staan en mee te kunnen doen.

Maar ze was te zwak. Af en toe klonk een heldere lach van een der bindsters tot haar door en zag ze een maaier stoeiend een duw geven, maar waarom ze zoo'n pret hadden, wist ze nooit. Na eenige dagen, als de garven tegen elkaar in punten

Sluiten