Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marie ook zou zeggen, dat het maar uit moest zijn, want het zou veel te lang duren eer hij een vrouw zou kunnen onderhouden. Hij had de moeheid leeren kennen, waarvan men niet uitrusten kan en die den prettigen jongen levenslust wegvreet als molm het hout. Hij had een oog gekregen voor het leege, sukkelige van Annekes bestaan, waaraan de kleine gewone ambitiedingetjes ontbraken, die voldoening geven.

Daar kwam ze aan, een emmer met frisch geschilde aardappelen in de hand. Haar scheef figuurtje zakte nog meer over door het dragen. Ze zag wat bleek en wilde langs hem heen gaan.

„Ann'ken, schot dii wat?"

„Née Gait?"

Nu dan hoefde hij ook niet verder te vragen, ze liep al door. Maar ze zag er toch uit, alsof

„Ann'ken, döw hes toch ehuuld."

,,'t Is niks slim, laot mii maer."

Dan kon ze ook haar gang gaan, hij zou er zich nu niet mee bemoeien. Och ja, daar stond het glas melk met een ei er door geklopt, zij had het voor hem neergezet.

„Ann'ken, zienste meufi?"

„Née Gait, hóe kom ii daorbii?"

„Heste dan piene in de zied?"

„Née, 't is niks."

Waarom wou ze het toch niet zeggen, ze had wel wat.

„Ann'ken, waorum heste dan ehuuld, 'k kan 't dii jo anzéen."

Sluiten