Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en flink geslikt om het er door te krijgen. Het moest. Af en toe maar even wachten en dan weer met vasten wil beginnen, zoo kwam het er in. Het was om moe van te worden en dan te denken, dat je drie of vier keer zoo'n boterham moest doorworstelen, eiken dag weer aan, wel drie kwartier zat je er mee. Maar of het moeilijk was en je je er altijd weer toe zetten moest, dat was immers de vraag niet. Ze had ook niets anders te doen, dit was haar werk. Ze dankte na haar boterham, de eerste was gegaan, en de Heer zou verder helpen. Toen Harte den volgenden morgen kwam en haar hand vasthoudend, met de volle kracht van zijn oogen haar vroeg wat er in haar omgegaan was, sprak ze eenvoudig: ,,'k Hebbe van morg'n ne brugge met 'n ei egett'n en gistern-aovend ook. As 'k dat dréemaol daagns döe, is dat genóg en dan de melk der nog bii?'' Eerst had ze de oogen neergeslagen voor zijn krachtigen blik, maar nu zag ze hem aan om te weten, of hij

tevreden was.

„Best zoo Anneke, zoo zal het gaan. De Heer zal

je in alles helpen."

XI.

„Een heerlijk soepje man, voor je Anneke, proef eens," zei het doktersvrouwtje en hield haar man een lepel vol soep voor, die ze uit het dampende kannetje schepte-

Sluiten