is toegevoegd aan uw favorieten.

Strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Even streek ze over het zijïg velletje. Ze schrok er van, dat in eens de kijkers openwipten en blauwe kraaloogjes haar tegenglommen.

„Wakker vent, dat komt van pas, kom je bij moeder?" klonk het vroolijk achter Anneke. De handjes maakten dartele greepjes en het bovenlijfje wou zich verlangend oprichten uit de kussens.

„Kom maar, baasje."

Anneke keek van de lichtende oogjes van het kind naar die der moeder. Het was of straalden ze elkaar licht en innigheid toe. Het was lachen van weelde. Met heerlijken trots kuste de moeder het kind, dat trappelend met de beentjes zich opwipte op haar schoot.

Anneke voelde, welk een groot vol geluk daar was, vlak naast haar, buiten haar. Ze stak de hand uit, vragend om het kleine vuistje en wilde lachjes lokken om het half open mondje. Het handje legde zich wel in de hare, een lachje wou wel de lipjes snoezig plooien, maar het was niet dat onstuimig grijpen, zooals ze het kereltje naar zijn moeder zag doen. En daarnaar verlangde ze op eens zoo pijnlijk sterk. Dat kon zij niet krijgen, dat was alleen voor de moeder.

Eerst gleed iets van peinzenden weemoed over haar trekken, toen het spelende kind in zijn wagentje werd weggereden. Ze zag nog het handje, dat boven het spreitje in de lucht greep, maar het was toch of haar oogen veel verder weggingen om te zoeken naar iets, dat er niet was. „Dat krig oenze Dina